Verwarm op een laag vuur de melk in een pannetje samen met de boter en de suiker tot de boter is gesmolten en de suiker is opgelost.
175 ml melk, 30 gr boter, 40 gr suiker
Haal van het vuur en voeg het geklutst ei toe.
1 ei
Meng in een kom de bloem, gist en zout door elkaar en maak een kuiltje in het midden.
325 gr bloem, 4 gr gist, 1 tl zout
Schenk het melk/ei mengsel in het kuiltje en roer met een pollepel vanuit het midden uit de bloem erdoor.
Kneed op een met bloem bestrooid werkblad het deeg 10 minuten goed door.
Doe terug in de kom en dek af met een vochtige theedoek en laat het deeg 1 uur rijzen op kamertemperatuur tot het in volume verdubbeld is.
Verkruimel de beschuit en maak het desnoods fijn in een vijzel.
Vet met boter een bakvorm van 24/25 cm in en bestrooi de bodem en de randen met het fijne beschuitkruim.
Meng de kaneel met de suiker op een diep bord en laat de boter in een steelpannetje op zacht vuur smelten.
100 gr suiker, 50 gr boter, 1,5 el kaneel
Verdeel het deeg in 16 stukken en vorm er balletjes van, haal door de gesmolten boter en rol door het suiker/kaneel mengsel.
Plaats ze met een klein beetje tussenruimte naast elkaar in de bakvorm, leg weer de vochtige theedoek erover en laat 30 minuten opnieuw rijzen.
Verwarm de oven op 190 graden en bak de broodjes in 25 tot 30 minuten goudbruin en gaar zijn
Haal de broodjes uit de bakvorm en ze afkoelen op een rooster.
Maak dit recept ineens 2x en vries ze in, want de broodjes zijn in een mum van tijd op.